Accueil Exemple Commander Outils GRATUITS Livres Autres langues Contact
 
 EXEMPLES 

Apprendre
Vocabulaire
 
 COMMANDER 

Emails
 
 GRATUIT 

4 mots
Cartes
Emails
Grammaire
Logiciel
Mots fréquents
Prononciation
Tests
 
 LIVRES 

Pour apprendre le néerlandais
 
 DIVERS 

Cours néerlandais
Néerlandais
Traducteur français néerlandais
Traducteur néerlandais
Traducteur néerlandais français
Traduction néerlandais
Traduction néerlandais français
 
En partenariat avec Amazon.fr
 

Verbes irréguliers en néerlandais


Les 100 verbes irréguliers en néerlandais les plus courants


  mp3  Verbes irréguliers néerlandais 1 - 5
beginnenbegon, is begonnencommencer
begrijpenbegreep, heeft begrepencomprendre
besluitenbesloot, heeft beslotendécider
blijkenbleek, is geblekense révéler
blijvenbleef, is gebleven rester

  mp3  Verbes irréguliers néerlandais 6 - 10
breken brak, heeft/is gebroken casser
brengen bracht, heeft gebracht porter
denken dacht, heeft gedacht penser
doen deed, heeft gedaan faire
dragen droeg, heeft gedragen porter

  mp3  Verbes irréguliers néerlandais 11 - 15
eten at, heeft gegeten manger
gaan ging, is gegaan aller
geven gaf, heeft gegeven donner
hebben had, heeft gehad avoir
helpen hielp, heeft geholpen aider

  mp3  Verbes irréguliers néerlandais 16 - 20
houden hield, heeft gehouden tenir
kiezen koos, heeft gekozen choisir
kijken keek, heeft gekeken regarder
komen kwam, is gekomen venir
kopen kocht, heeft gekocht acheter

  mp3  Verbes irréguliers néerlandais 21 - 25
krijgen kreeg, heeft gekregen obtenir
laten liet, heeft gelaten laisser
lezen las, heeft gelezen lire
lijden leed, heeft geleden souffrir
lijken leek, heeft geleken paraître

  mp3  Verbes irréguliers néerlandais 26 - 30
lopen liep, heeft/is gelopen courir
nemen nam, heeft genomen prendre
rijden reed, heeft/is gereden rouler
roepen riep, heeft geroepen appeler
schenken schonk, heeft geschonken offrir

  mp3  Verbes irréguliers néerlandais 31 - 35
scheppen schiep, heeft geschapen créer
schijnen scheen, heeft geschenen paraître
schriiven schreef, heeft geschreven écrire
snijden sneed, heeft gesneden couper
spreken sprak, heeft gesproken parler

  mp3  Verbes irréguliers néerlandais 36 - 40
staan stond, heeft gestaan être debout
sterven stierf, is gestorven mourir
strijden streed, heeft gestreden lutter
vallen viel, is gevallen tomber
vangen ving, heeft gevangen attraper

  mp3  Verbes irréguliers néerlandais 41 - 45
vergelijken vergeleek, heeft vergeleken comparer
vergeten vergat, heeft/is vergeten oublier
verliezen verloor, heeft verloren perdre
vinden vond, heeft gevonden trouver
vragen vraagde/vroeg, heeft gevraagd demander

  mp3  Verbes irréguliers néerlandais 46 - 50
werpen wierp, heeft geworpen jeter
weten wist, heeft geweten savoir
winnen won, heeft gewonnen gagner
worden werd, is geworden devenir
zeggen zei/zegde, heeft gezegd dire

  mp3  Verbes irréguliers néerlandais 51 - 55
zenden zond, heeft gezonden envoyer
zien zag, heeft gezien voir
zijn was, is geweest être
zitten zat, heeft/is gezeten être assis
dringen drong, heeft/is gedrongen pousser

  mp3  Verbes irréguliers néerlandais 56 - 60
hangen hing, heeft gehangen pendre
slaan sloeg, heeft/is geslagen battre
sluiten sloot, heeft/is gesloten fermer
zingen zong, heeft gezongen chanter
wassen waste, heeft gewassen laver

  mp3  Verbes irréguliers néerlandais 61 - 65
dwingen dwong, heeft gedwongen contraindre
liggen lag, heeft gelegen se trouver
stijgen steeg, is gestegen monter
drinken dronk, heeft gedronken boire
lachen lachte, heeft gelachen rire

  mp3  Verbes irréguliers néerlandais 66 - 70
meten mat, heeft gemeten mesurer
verdwijnen verdween, is verdwenen disparaître
vliegen vloog, heeft/is gevlogen voler
blazen blies, heeft geblazen souffler
gieten goot, heeft gegoten verser

  mp3  Verbes irréguliers néerlandais 71 - 75
ruiken rook, heeft geroken sentir
springen sprong, heeft/is gesprongen sauter
bijten beet, heeft gebeten mordre
bidden bad, heeft gebeden prier
buigen boog, heeft/is gebogen courber

  mp3  Verbes irréguliers néerlandais 76 - 80
treffen trof, heeft getroffen frapper
glimmen glom, heeft/is geglommen briller
stelen stal, heeft gestolen voler
stinken stonk, heeft gestonken sentir mauvais
strijken streek, heeft/is gestreken repasser

  mp3  Verbes irréguliers néerlandais 81 - 85
wegen woog, heeft gewogen peser
bieden bood, heeft geboden offrir
binden bond, heeft gebonden relier
drijven dreef, heeft/is gedreven flotter
genezen genas, heeft/is genezen guérir

  mp3  Verbes irréguliers néerlandais 86 - 90
glijden gleed, heeft/is gegleden glisser
grijpen greep, heeft gegrepen saisir
jagen jaagde/joeg, heeft gejaagd chasser
klimmen klom, heeft/is geklommen grimper
liegen loog, heeft gelogen mentir

  mp3  Verbes irréguliers néerlandais 91 - 95
schrikken schrok, is geschrokken prendre peur
schuiven schoof, heeft/is geschoven pousser à l'écart
spijten speet, heeft gespeten regretter
steken stak, heeft gestoken piquer
verbieden verbood, heeft verboden défendre

  mp3  Verbes irréguliers néerlandais 96 - 100
vriezen vroor, heeft/is gevroren geler
wijzen wees, heeft gewezen faire signe
zoeken zocht, heeft gezocht chercher
zwemmen zwom, heeft/is gezwommen nager
zwijgen zweeg, heeft gezwegen se taire